P E D A G O G I E K . N E T

 

donderdag 9 september 2010

sitemap home
nieuws dossiers thema's portal zoeken
   

NIEUWS

  • Algemeen nieuws
  • Jeugdzorg
  • Onderwijs
  • Opvoeding
  • Wetenschap


    artikel printen

    NIEUWS »


    Het (on)gelijk van de PNVD
    publicatiedatum: 03-02-2008 17:03:40 | laatst gewijzigd: 03-02-2008 17:09:15 | auteur: Floor Doesburg

    In de opmars naar de verkiezingen van mei 2006 werd Nederland verrast door een nieuwe politieke partij: de Partij voor Naastenliefde, Vrijheid en Diversiteit (PNVD). Met de komst van deze ‘pedofielenpartij’, opgericht in 2004, werd het onderwerp pedofilie weer bovenaan de maatschappelijke agenda geplaatst. De partij zegt de toegestane leeftijd voor het verrichten van seksuele handelingen te willen verlagen van 16 naar 12 jaar en deze op den duur zelfs af te willen schaffen. Nederland was geschokt en verafschuwd bij de gedachte dat haar kinderen bloot zouden worden gesteld aan actieve seksuele omgang. Om te beschouwen of het inderdaad onacceptabel is dat volwassenen seksuele relaties aangaan met kinderen, moet allereerst het concept pedofilie worden gedefinieerd.

    Jurisdictie

    Pedofilie betekent letterlijk het liefhebben van een kind (pedo = kind, filia = vriendschap). Deze term wordt gebruikt voor het zich seksueel aangetrokken voelen van volwassenen tot kinderen die nog niet geslachtsrijp zijn (tot ongeveer 12 jaar). Pedofilie is op zichzelf niet strafbaar: pas wanneer deze seksuele gevoelens in praktijk worden gebracht (pedoseksualiteit) kan men hier volgens de wet voor worden veroordeeld. Efebofilie is een term die wordt gebruikt voor het zich seksueel aangetrokken voelen van volwassenen tot pubers. Volgens de wet mag iemand onder de 16 jaar geen seks hebben, zelfs niet met leeftijdsgenoten (dit wordt echter niet altijd als een ontuchtige handeling aangemerkt), dus ook het in praktijk brengen van efebofilie is wettelijk strafbaar (Kramer, 2002). Vóór 2002 mochten kinderen onder voorwaarden (vrijwillig e.d.) vanaf twaalf jaar seksuele contacten aangaan. Deze leeftijdsgrens is verhoogd omdat men vreesde dat hiermee kinderen tussen de 12 en 16 jaar onvoldoende beschermd zouden worden tegen het overwicht van volwassenen.

    Partij voor Naastenliefde Vrijheid en Diversiteit

    In haar verkiezingsprogramma (punt 9.2) stelt de PNVD echter dat jongeren zich niet laten beschermen als zij dat niet willen en dat om deze reden de leeftijdsgrens voor het uitoefenen van seksuele handelingen weer verlaagd moet worden van 16 naar 12 jaar, mits er sprake is van wederzijdse instemming. Op den duur wil de partij de leeftijdsgrens helemaal afschaffen. De PNVD is van mening dat kinderen (pubers) vanaf 12 jaar de verantwoordelijkheid kunnen dragen over hun eigen seksuele ontwikkeling. Ook kinderen hebben namelijk seksuele gevoelens en willen daarmee experimenteren (Graaf, 2005). De PNVD vindt dat ouders, onder het mom van bescherming van het kind, hun macht over kinderen gebruiken als middel om hen hun eigen normen en waarden op te kunnen leggen (PNVD, 2006). De leeftijdsgrens in afhankelijkheidsrelaties (zoals een relatie tussen docent en leerling of incest) moet volgens de partij voorlopig nog op 16 jaar worden gehouden.

    Bescherming van het kind

    De reden dat de meerderheid van de bevolking zo geschokt gereageerd heeft op deze politieke partij is niet onbegrijpelijk: de noodzaak van de bescherming van het kind komt naar boven. Hoewel kinderen vroeger nog als kleine volwassenen werden beschouwd, zijn zij tegenwoordig het voornaamste object van onze zorg, verantwoordelijkheid en bescherming. Deze omslag vond plaats tijdens de Verlichting, onder aanmoediging van de filosoof Jean Jacques Rousseau (1712) die van mening was dat kinderen meer als kinderen in plaats van als kleine volwassenen behandeld moesten worden. In de loop van de achttiende eeuw begon men daadwerkelijk meer aandacht te schenken aan het kind-zijn en tegenwoordig staan kinderen zelfs tot hun 18e jaar onder de verantwoordelijkheid van hun ouders. Deze drang tot bescherming heeft geleid tot een seksueel taboe: ondanks dat wij in een seksgeoriënteerde samenleving leven, is seksualiteit bij kinderen, na een periode van grotere openheid in de jaren 70 van de vorige eeuw, opnieuw een taboe (Zwiep, 2006). Het onderwerp kwam in een kwaad daglicht te staan toen halverwege de jaren tachtig seksueel misbruik volop de aandacht kreeg. Bovendien kunnen seksuele handelingen vergaande gevolgen hebben, zoals zwangerschap en geslachtsziekten. Hier willen we onze kinderen zo lang mogelijk tegen beschermen.

    Wederzijdse instemming onmogelijk

    Een tweede oorzaak van deze verontwaardiging heeft meer raakvlakken met het pedagogische en psychologische aspect van het onderwerp pedofilie. Het criterium van de PNVD voor het hebben van seks, op welke leeftijd dan ook, is wederzijdse instemming. Hier rijst echter de vraag: kan een kind wel instemmen? De PNVD erkent tevens de scheve machtsverhouding in afhankelijkheidsrelaties maar zijn kinderen niet altijd afhankelijk van volwassenen? Is er niet altijd sprake van een scheve machtsverhouding als het leeftijdsverschil groot is, ongeacht of het een docent betreft of een willekeurige buurman? Het is bekend dat kinderen nog niet goed in staat zijn situaties te overzien, consequenties in te schatten of causale verbanden te leggen. Dit maakt hen afhankelijk van volwassenen die deze capaciteiten al wel hebben ontwikkeld. Het gebrek aan deze ontwikkelde capaciteiten maakt het voor kinderen bovendien onmogelijk weloverwogen keuzes te maken, wat de voorwaarde op instemming ondermijnt (APA, 1999).

    Wederzijdse instemming wel mogelijk

    De meta-analyse van Rind, Bauserman en Tromovitch (1998) toont echter een heel ander resultaat. Rind c.s. maken een onderscheid tussen simple consent of ‘eenvoudige instemming’ (meegaandheid of toestemming, in het bijzonder met wat door een ander wordt gedaan of voorgesteld) en informed consent of ‘geïnformeerde instemming’ (bekwame, overdachte en vrijwillige instemming met of overeenstemming over een daad of doel, welke instemming op lichamelijke en geestelijke macht en vrije handeling duidt). De aanwezigheid van simpele instemming, of bereidheid (willingness), bleek een factor die zowel voor kinderen als voor pubers de waardering van de seksuele handeling positief beïnvloedde (Rind c.s. 2000). Het feit dat kinderen niet kunnen beschikken over ‘informed consent’, leidt volgens dit onderzoek dus niet tot schade bij het kind in kwestie.

    Culturele vicieuze cirkel

    Het lijkt er op dat de belangrijkste criteria voor een gezonde seksuele relatie onafhankelijkheid en keuzevrijheid zijn. Deze voorwaarden worden volgens diverse deskundigen geschonden in pedoseksuele relaties (het argument dat in iedere relatie een zekere vorm van afhankelijkheid wordt gecreëerd en er genoeg volwassenen zijn die niet in staat zijn weloverwogen keuzes te maken, daargelaten). De levensfase waarin pubers zich bevinden, waarin zij zich onafhankelijk maken van hun ouders en zich daarmee bepaalde keuzevrijheden eigen maken, is niet voor niets ook de levensfase waarin zij geslachtsrijp worden. Volledig geïnformeerde instemming is, voor het bereiken van die leeftijd, dan ook niet mogelijk. Volgens recentelijk onderzoek is geïnformeerde instemming echter geen criterium voor een gezonde seksuele relatie: bereidheid blijkt voldoende om een seksuele handeling als positief te ervaren. De PNVD beschouwt dit als bewijs dat wij onze kinderen betuttelen en overmatig beschermen, aangezien ook kinderen zich seksueel willen uiten. Op kinderlijke seksualiteit ligt tegenwoordig echter een taboe, juist vanuit de vrees dat er misbruik van wordt gemaakt. Men zou kunnen zeggen dat er sprake is van een culturele vicieuze cirkel: in eerste instantie was men gesloten ten aanzien van elke vorm van seksualiteit (’50). Vervolgens ontstond er protest tegen deze houding (’60-’70), wat leidde tot meer openheid op het gebied van (kinderlijke) seksualiteit (’70). Vervolgens werd er misbruik gemaakt van deze kinderlijke seksualiteit (’80) en reageerde men daarop met een gesloten en beschermende houding ten aanzien van kinderlijke seksualiteit (‘90). Tegenwoordig leven we nog steeds in een taboecultuur op dit gebied (anno 2000) maar de eerste geluiden van protest tegen deze betutteling zijn al weer te horen (2006).

    Omgaan met kinderlijke seksualiteit

    De wens van de PNVD om de leeftijdsgrens voor het verrichten van seksuele handelingen te verlagen of zelfs af te schaffen is zodoende niet per definitie onacceptabel. Bovendien past haar protest uitstekend in de historische en culturele ontwikkeling omtrent dit onderwerp. Het probleem is immers niet zo zeer dat kinderen hun eigen seksualiteit niet aankunnen; de werkelijke vraag is of volwassenen wel om kunnen gaan met kinderlijke seksualiteit.


    Bronnen:
  • Graaf, H. de e.a. (2005). Seks onder je 25. Rutgers Nisso Groep / SOAIDS Nederland
  • Kramer, M. (2002) Hoe zit dat? Mobiel 6, 2001/2002.
  • Rind, B. & Bauserman, R. & Tromovitch, P. (1998) Een onderzoek naar de veronderstelde eigenschappen van seksueel misbruik van kinderen gebaseerd op niet-klinische steekproeven. Psychological Bulletin, jaargang 124, nr. 1.
  • Rind, B. & Bauserman, R. & Tromovitch, P. (2000) Condemnation of a scientific article: a chronology and refutation of the attacks and a discussion of threats to the integrity of science. Sexuality & Culture, juni/juli 4-2.
  • www.pnvd.nl/prog_mei_2006.
  • Zwiep (2006) in: Veelenturf, A. (2006) O jee, mijn kind doet iets seksueels. Algemeen Dagblad: Diagnose.

       
    naar boven

    colofon | disclaimer | © 2000-2006 pedagogiek.net